Steeds vaker spreekt men van de vijf F’s als antwoord op lichtere en zwaardere triggers waar je een gevaar vanuit voelt gaan.
Vechten (Fight)
Wanneer je gevaar voelt en denkt dat je het kunt overwinnen, bevind je je in de vechtmodus. Tekenen hiervan zijn intense woede, de drang om iemand pijn te doen, je kaken op elkaar klemmen, boos kijken, huilen of maagklachten.
Vluchten (Flight)
Dat is denken dat je aan het gevaar kunt ontsnappen door weg te rennen. Tekenen hiervan zijn rusteloosheid, een gevoel van gevangenschap, lichamelijke activiteit, gevoelloosheid en wijd opengesperde ogen.
Verstarren (Freeze)
Wanneer vechten of vluchten niet mogelijk is, is verstarren een optie. Tekenen hiervan zijn bleekheid, angst, een stijf gevoel, een luide en snelle hartslag en stress zonder merkbare reactie.
Onderdanig gedrag (Fawn ofwel Tend-and-befriend)
Als geen van de bovenstaande reacties werkt, is onderdanig gedrag een manier om anderen te behagen en conflicten te vermijden. Zie ook https://samencommuniceren.nl/tend-and-befriend-reactie-als-valkuil/
Instorten (Flop)
Bij Flop kan het lichaam instorten of zich overgeven, als alle andere reacties (lijken te) falen. Dat houdt een volledige uitval in, zoals flauwvallen of in elkaar zakken.