Stel, je partner legt iets bij jou neer wat die vervelend van jou vindt. Dat wat ze weleens verwijten noemen;). Heb je dan de neiging om jezelf te verdedigen?
Bijvoorbeeld door:
- jezelf te verklaren?
- jezelf te verantwoorden?
- jouw bedoeling uit te leggen?
- jouw mening te geven?
- de waarheid te betwisten?
Je zult vast merken dat je hiermee (uiteindelijk) niet dichter bij je partner komt. Waarschijnlijk heeft jouw partner net zoveel argumenten om het tegendeel te ‘bewijzen’. Of je partner zwijgt om een zoveelste argumentensteekspel te voorkomen.
Dus, hoe kom je van die verwijten van je partner af?
Dat begint er in ieder geval mee dat je je niet meer moet verdedigen.
Makkelijker gezegd dan gedaan, want veel partners herkennen niet eens dat zij zich aan het verdedigen zijn. En jij misschien ook niet wanneer je aan het verdedigen bent waarom jouw ‘verwijt’ geen verwijt is:
- Je begrijpt het niet, het is geen verwijt, ik wil alleen maar…
- Jij vat ook alles zo snel als een verwijt op, zo kunnen we toch niet meer echt praten met elkaar…
- Ik verwijt jou dat je mij verwijten maakt, want…
- Ik verwijt jou dat je mijn opmerking als een verwijt opvat…
Dus je moet wel eerst herkennen én erkennen wat bij jullie allemaal als verwijt of verdediging overkomt.
Heb je al van alles uitgeprobeerd om de kloof te overbruggen?
Misschien heb je wel geleerd dat je in zo’n situatie eerst het gevoel moet erkennen, zodat je daarna alsnog jouw ei kwijt kunt. Door bijvoorbeeld te zeggen:
Wat vervelend, maar ik …
Ik begrijp dat, maar ik …
Of misschien heb je wel geleerd dat je het woord ‘maar’ altijd moet vervangen door het woord ‘en’:
Wat vervelend, en ik …
Ik begrijp dat, en ik …
Of heb je geleerd dat je vragen moet stellen:
Hoe bedoel je?
Leg eens uit?
Waarom doe je zo?
Of houdt de vervelende discussie snel op als je begrip en sorry uitspreekt:
Oh ik snap het, ik zal het niet meer doen.
Oh sorry, dat was niet de bedoeling.
Je hebt gelijk, ik zal erop letten.
Als je dat laatste leest, denk je misschien dat je al heel blij zou zijn met die vragen of de sorry.
Ik maak ook veel partners mee die dat laatste doen. Alleen werkt dat net zo goed niet. Misschien wel even, op de korte termijn. Maar uiteindelijk lost het niets op. Op geen van de manieren die ik noem bereik je een gelijkwaardige, emotionele wederkerigheid.
Daar is een heel belangrijke reden voor:
Je bent dan namelijk bezig met de foutvraag.
Wie is de schuld?
Wie heeft er de meeste last van?
Wie is begonnen?
Wie heeft welk aandeel?
Wie heeft gelijk?
Wiens argument telt het zwaarst?
Welke argumenten kloppen niet?
Wie steekt als eerste de hand in eigen boezem?
Wie of wat is de oorzaak?
Zolang deze vragen bewust of onbewust het richtsnoer voor jouw of jullie communicatie zijn, zul je nauwelijks een gelijkwaardige verbondenheid met jouw partner krijgen.
Of jij nou ‘fout’ bent, of jouw partner of allebei, dat maakt niets uit. De foutvraag zorgt ervoor dat je aan de oppervlakte blijft. En aan die oppervlakte heersen frustratie, boosheid en onmacht.
Het gevolg is dat je samen nog meer vastloopt in zichzelf herhalende negatieve communicatiecirkels:
- Je denkt hard na voordat je iets zegt of vraagt. Alle spontaniteit is verdwenen.
- Je probeert allerlei manieren uit om de dingen zo te zeggen dat jouw partner het niet als een verwijt opvat.
- Om de haverklap voelen jullie je persoonlijk aangesproken door elkaar.
- Hoe meer jij uitlegt wat jij bedoelt, hoe meer jouw partner dat ook doet. Het wederzijdse begrip blijft echter uit.
- Emotionele risico’s durf je niet meer echt te nemen. Want als jij je kwetsbaar opstelt, reageert jouw partner er amper op of komt met praktische oplossingen. Laat staan dat je partner zich ook kwetsbaar opstelt.
Een vastgeroest patroon
Wat we vaak niet beseffen, is dat zo’n negatieve cirkel door de jaren heen een patroon is geworden. Bepaalde reacties van jou zorgen voor bepaalde reacties van jouw partner, en andersom.
Te herkennen wanneer je allebei in al je oprechtheid denkt: ja maar dat komt omdat jij zus of zo doet…
Feitelijk klopt dat ook. De reactie van jouw partner triggert iets in jou, waardoor jij reageert zoals je reageert.
Alleen… bij jouw partner gebeurt precies hetzelfde. Jij doet op jouw beurt ook iets waarmee jij jouw partner triggert.
Een patroon ontstaat niet vanzelf. Je doet het niet expres, maar je veroorzaakt het wel samen. En je houdt het samen in stand.
Alles is vertekend…
Wanneer je allebei op je hoede bent, ben je ook gevoeliger voor kritiek, en dus voor verwijten. Woorden of gebaren die normaal geen trigger zijn, zijn het nu wel.
In deze onveilige fase voel je je sneller persoonlijk aangesproken. Heel menselijk op zich. Een eenvoudige vraag als “Wat vind jij dan” of “Waarom deed je dat” ervaar je bij voorbaat al als een indirect verwijt dat je niet goed genoeg bent.
Wat wil ik je hiermee vertellen?
Bedenk dat:
- je samen in een fase bent gekomen die niet tekenend is voor jouw normale doen, of het normale doen van jouw partner.
- een verwijt van jouw partner niet in 1e instantie iets over jou zegt, maar over het verlangen dat jouw partner heeft of over de zorgen die jouw partner zich maakt.
- het beamen van jouw partners verlangen of zorgen meer waarde heeft dan dat je dit verlangen moet bevredigen of dat jij deze zorgen op moet lossen.
- jouw partner vaak helemaal niet doorheeft welke verlangens of zorgen er onder de verwijten verborgen liggen.
- het tijd kost om zowel het patroon als de onderliggende verlangens en zorgen te leren (h)erkennen zonder dat je in je gebruikelijke trekkende of terugtrekkende gedrag van jullie negatieve cirkelpatroon vervalt.
Een praktische tip
Een negatief communicatiecirkelpatroon houd je dus samen in stand, maar in je eentje kun je al wat doen om het te doorbreken met deze praktische communicatietip:
Iedere keer als jij een verwijt ervaart, vraag je partner dan eens:
Wat is het precies waar jij je zorgen om maakt?
Wat is het precies waarnaar jij verlangt?
Welke vraag je hiervan kiest, is uiteraard afhankelijk van wat je partner zegt. Belangrijk is dat je je erop richt om die verborgen zorgen of verlangens bij je partner te ontdekken.
Om er vervolgens op in te haken met de erkenning dat deze zorgen of verlangens er gewoon mogen zijn, in plaats van je schuldig te voelen en ze weg te willen poetsen.
Kortom: verdedigen en verwijten gaan bijna vanzelf hand in hand. En als je daar last van hebt, dan is het zaak zo’n dynamiek te doorbreken. Voordat je hiervoor op zoek gaat naar de onderliggende zorgen en verlangens, is het handig om de soorten communicatief verdedigen te herkennen.
Dat kun je hier lezen: Dit is allemaal verdedigend communiceren.
